Citaat | Rechtbank Amsterdam 15 juli 2009
Alinea 85 Rechtbank Amsterdam 15 juli 2009
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 15 juli 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ3330.
3.10. Anders dan Varde (kennelijk) stelt brengt het feit dat haar vordering (eventueel) niet toewijsbaar is op grond van de Overeenkomst Dexia Aanbod niet met zich dat de vordering wel toewijsbaar is krachtens de Duisenbergregeling. In artikel 2.2 onder f van de WCAM-overeenkomst is bepaald dat géén gerechtigde in de zin van de WCAM-overeenkomst is degene die een effectenlease-overeenkomst is aangegaan die onderwerp is van een met Dexia ‘gesloten’ minnelijke regeling, zoals bij acceptatie van het Dexia-aanbod. Bij de uitleg van deze bepaling is van belang dat de afnemer niet betrokken is geweest bij de totstandkoming daarvan. Deze afnemer is voor zijn informatie (bijvoorbeeld over de vraag of hij zonder opt-out verklaring ‘gerechtigde’ is) afhankelijk van de tekst van de overeenkomst en van de – voor hem kenbare – toelichtingen en berichten (zoals die van Dexia naar aanleiding van de WCAM-beschikking). In zoverre is de situatie bij de WCAM-overeenkomst analoog aan die bij de uitleg van een CAO. De kantonrechter zal daarom de algemeen verbindend verklaarde WCAM-overeenkomst uitleggen volgens dezelfde maatstaf als de Hoge Raad heeft ontwikkeld voor de uitleg van een CAO (vgl. HR 20 februari 2004, JAR 2004, 83 en HR 25 juni 2004, JAR 2004,169). Uitgangspunt is daarom dat de WCAM-overeenkomst dient te worden uitgelegd naar objectieve maatstaven, waarbij onder meer acht kan worden geslagen op de elders in de WCAM-overeenkomst gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden en waarbij ook de bewoordingen van de toelichtingen en publicaties naar aanleiding van de WCAM-beschikking van het Hof moeten worden betrokken. In de door het Hof bevolen advertentie in de dagbladen van 31 januari 2007 staat niets waaruit kan worden begrepen wie gerechtigden zijn en wie niet, daarin wordt slechts verwezen naar de tekst van de WCAM-overeenkomst. Daarin wordt (bij artikel 2.2 onder f) niet geëist dat (de vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen door acceptatie van) het Dexia-aanbod nog bestaat (bij of na de verbindendverklaring van de WCAM) dan wel nog kan worden uitgevoerd. Deze overeenkomst moet slechts ‘gesloten’ zijn, hetgeen – ongeacht een eventuele vernietiging nadien – hier het geval is. Deze redenering vindt steun in de hoofdregel van de WCAM-overeenkomst dat gerechtigden degenen zijn die een effectenlease-overeenkomst met Dexia zijn ‘aangegaan’ (art. 2.1). Deze regel geldt óók in het geval thans kan worden geoordeeld dat die effectenlease-overeenkomst vóór de totstandkoming of verbindendverklaring van de WCAM-overeenkomst rechtsgeldig met een beroep op 1:88 en 1:89 BW is vernietigd. Van belang is niet of de overeenkomst nog bestaat, maar of zij ooit heeft bestaan. Er is geen reden om artikel 2.2 onder f anders uit te leggen dan artikel 2.1, zodat ook daar het feit dat het Dexia Aanbod is geaccepteerd voldoende is om eerstgenoemd artikel van toepassing te laten zijn. Tenslotte komt deze uitleg ook overeen met de mededeling die de kantonrechter aantrof op de voor een ieder toegankelijke website van Dexia (onder ‘Duisenbergregeling’/’de regeling in het kort’/Cliënten die het Dexia Aanbod wel hebben aanvaard’), inhoudende: ’Cliënten die het Dexia Aanbod hebben geaccepteerd, hebben reeds een schikking met Dexia getroffen. Een onderdeel van deze schikking is dat zij afstand van recht hebben gedaan. De regeling die deze cliënten met Dexia hebben getroffen, is definitief. Zij konden dus geen opt-out verklaring indienen. (…)’ Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat Dexia eenzelfde standpunt heeft ingenomen in haar onder 1.8 bedoelde brief aan [gedaagde]. Een redelijke uitleg met toepassing van bovenbedoelde maatstaven brengt derhalve met zich dat een Afnemer die een Overeenkomst Dexia Aanbod is aangegaan nadien niet meer gerechtigde kan zijn als bedoeld in de WCAM-overeenkomst en de vordering voor zover gebaseerd op de Duisenbergregeling dient te worden afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efd3fea38539861dbfecb657d69b5505219604ff0407987f3f851b6f9361b635. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efd3fea38539861dbfecb657d69b5505219604ff0407987f3f851b6f9361b635, en de alinea staat in dat document op bytes 23178 tot 27267.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efd3fea38539861dbfecb657d69b5505219604ff0407987f3f851b6f9361b635 | shasum -a 256