Citaat | Rechtbank Amsterdam 27 januari 2010
Alinea 100 Rechtbank Amsterdam 27 januari 2010
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 27 januari 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BL0909.
4.11. Ten aanzien van de restschuld stelt de kantonrechter voorop dat uit de lease-overeenkomst voldoende duidelijk kenbaar was dat een geldlening werd verstrekt, dat het geleende geld werd belegd in effecten, dat [eiser] over het geleende bedrag rente was verschuldigd en dat het geleende bedrag moest worden terugbetaald ongeacht de verkoopopbrengst van de effecten. Op de gronden zoals door de Hoge Raad en het Amsterdamse hof is overwogen, is de kantonrechter van oordeel dat hieruit volgt dat wat betreft de (na verrekening van voordeel resterende) schade bestaande uit restschuld in beginsel 1/3 deel daarvan vanwege eigen schuld voor rekening van [eiser] behoort te blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/27bceddad8b59dc9e9c8f38ca6186dba7fb46150452f7612f69c83d66ee1842d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 27bceddad8b59dc9e9c8f38ca6186dba7fb46150452f7612f69c83d66ee1842d, en de alinea staat in dat document op bytes 25671 tot 26365.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/27bceddad8b59dc9e9c8f38ca6186dba7fb46150452f7612f69c83d66ee1842d | shasum -a 256