Citaat | Rechtbank Amsterdam 27 januari 2010

Alinea 98 Rechtbank Amsterdam 27 januari 2010

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 27 januari 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BL0909.

4.9. Indien nakoming door Dexia van haar onderzoeksplicht daarentegen niet zou hebben uitgewezen dat de lease-overeenkomsten naar redelijke verwachting een onaanvaardbaar zware financiële last op [eiser] zouden hebben gelegd, was Dexia niet gehouden het aangaan van de lease-overeenkomsten te ontraden. In een dergelijk geval moet de schade wat betreft de verschuldigde maandelijkse termijnen geheel voor rekening van [eiser] blijven. In die situatie kan die schade immers geheel worden toegeschreven aan de omstandigheid dat [eiser] de lease-overeenkomsten is aangegaan terwijl hij wist of behoorde te weten dat met geleend geld werd belegd (zie Hoge Raad 5 juni 2009, LJN BH 2815, r.ov. 5.6.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/27bceddad8b59dc9e9c8f38ca6186dba7fb46150452f7612f69c83d66ee1842d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 27bceddad8b59dc9e9c8f38ca6186dba7fb46150452f7612f69c83d66ee1842d, en de alinea staat in dat document op bytes 23537 tot 24248.