Citaat | Rechtbank Amsterdam 12 maart 2010

Alinea 36 Rechtbank Amsterdam 12 maart 2010

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 12 maart 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BL9136.

De minderjarige heeft in de op 8 maart 2010 opgenomen videoboodschap laten weten dat hij wilsbekwaam is en dat hij tijdens zijn behandeling geen bloed toegediend wenst te krijgen, omdat hij als Jehovah’s getuige een sterke band heeft met God. Zijn geloof impliceert dat hij zich aan bepaalde leefregels dient te houden, waaronder het zich onthouden van bloed. De minderjarige stelt dat hij heel graag een vriend van de Schepper wil blijven en beroept zich daarbij op de bijbeltekst Handelingen 15: vers 28/29. Bloed, zo vervolgt de minderjarige, is iets heiligs en bloedtransfusies zouden zijn band met de Schepper schenden. De minderjarige zegt dat absoluut niet te willen. [minderjarige] zegt graag samen met zijn artsen aan een alternatieve behandeling te willen meewerken. De minderjarige zegt (met het oog op de komende zware chemotherapiekuren) ‘diep’ te moeten gaan, dat artsen met het toedienen van bloed(producten) zijn leven misschien kunnen verlengen, maar dat hij dat nooit zou willen nu God eeuwig leven belooft als hij zich van bloed(producten) onthoudt. De minderjarige zegt voorts niet dood te willen en zich te realiseren dat hij misschien komt te overlijden, doch dat daar tegenover staat dat het leven relatief is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3f3dd4fad8774b2083cc663bbec038e06679e1a15de376af6c206908c7ba138. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3f3dd4fad8774b2083cc663bbec038e06679e1a15de376af6c206908c7ba138, en de alinea staat in dat document op bytes 12688 tot 13940.