Citaat | Rechtbank Amsterdam 12 mei 2010

Alinea 22 Rechtbank Amsterdam 12 mei 2010

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 12 mei 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BM5290.

De raadsvrouw heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging, nu de redelijke termijn waarbinnen de zaak van verdachte door de rechter behandeld dient te worden, als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM), is overschreden. Desgevraagd heeft zij aangevoerd dat, nu het een kinderstrafzaak betreft, de regel als gegeven in het arrest van de Hoge Raad van 17 juni 2008, LJN BD 2578, NJ 2008, 358 geen toepassing vindt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca72a151e378c78d1a33351e7a32198afb262080aae0c856c06d4c427682fa3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca72a151e378c78d1a33351e7a32198afb262080aae0c856c06d4c427682fa3e, en de alinea staat in dat document op bytes 6127 tot 6699.