Citaat | Rechtbank Amsterdam 31 augustus 2010

Alinea 49 Rechtbank Amsterdam 31 augustus 2010

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 31 augustus 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BO1671.

3.3. Verweerder stelt in beroep dat dit onderscheid een gevolg is van de aanduiding minderheidsgroep zoals deze term is gebezigd in het minderhedenbeleid. De Remigratiewet en de Regeling moeten tegen die achtergrond worden bezien. Dat beleid is gebaseerd op objectieve criteria en heeft met discriminatie naar nationaliteit niets van doen. Verweerder heeft daarbij onder meer verwezen naar de Contourennota integratiebeleid etnische minderheden van 11 april 1994 (TK 1993-1994, 23 684 nr. 2 blz. 22). Daarbij zijn de omvang, spreiding, leeftijdsopbouw en de sociaal-economische positie van belang. In de Kamerstukken worden bij dat laatste punt het opleidingsniveau, de positie op de arbeidsmarkt en de gezondheidsituatie genoemd. Volgens de Nadere Memorie van Antwoord bij de Remigratiewet in de Eerste Kamer (EK 1998-1999, 25 741, nr 31a, pagina 4) wordt de achterstandspositie beoordeeld aan de hand van onder meer factoren als onderwijs- en arbeidsmarktpositie, welzijn, huisvesting, omvang, leeftijdsopbouw en mate van concentratie van een aantal grotere etnische groepen. Doordat deze factoren meetbaar zijn is het algemene criterium objectief, aldus de Memorie. Het onderscheid naar nationaliteit in de Remigratiewet en de Regeling ligt dan ook binnen de ’margin of appreciation’ van de Nederlandse staat. Van ongeoorloofde discriminatie is geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71df0c29bbf449f3a11cd20a5873d9005adb1fd4142f7d47caf39ca9159d3c85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71df0c29bbf449f3a11cd20a5873d9005adb1fd4142f7d47caf39ca9159d3c85, en de alinea staat in dat document op bytes 11916 tot 13293.