Citaat | Rechtbank Amsterdam 23 december 2010
Alinea 38 Rechtbank Amsterdam 23 december 2010
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 23 december 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BO8910.
3.4. [gedaagde sub 1] c.s. betwist dat de door Forward gegeven uitleg van het arrest van 19 maart 2010 juist is. [gedaagde sub 1] c.s. voert aan, kort samengevat, dat uit dat arrest volgt dat het vonnis op grond waarvan nakosten zijn gemaakt weliswaar een executoriale titel oplevert voor die nakosten, maar alleen indien deze zijn begroot, hetzij op voorhand in het vonnis zelf, hetzij op de wijze zoals voorzien in art. 237 lid 4 Rv. [gedaagde sub 1] c.s. wijst erop dat de rechter in een vonnis de nakosten slechts voorwaardelijk kan toewijzen, omdat nog niet zeker is dat nakosten zullen worden gemaakt. Ook wijst hij erop dat voor procedures bij de Hoge Raad geen liquidatietarief bestaat. Volgens [gedaagde sub 1] c.s. zal een systeem, waarbij een vonnis als executoriale titel geldt voor nakosten die niet door de rechter zijn begroot, de rechtsonzekerheid in de hand werken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c496cf7dd7f718e1a2244c54939b8d672634fdc59014dc62f243b0c6be2d8459. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c496cf7dd7f718e1a2244c54939b8d672634fdc59014dc62f243b0c6be2d8459, en de alinea staat in dat document op bytes 12247 tot 13142.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c496cf7dd7f718e1a2244c54939b8d672634fdc59014dc62f243b0c6be2d8459 | shasum -a 256