Citaat | Rechtbank Amsterdam 23 december 2010
Alinea 46 Rechtbank Amsterdam 23 december 2010
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 23 december 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BO8910.
4.3. Zoals de Hoge Raad heeft uiteengezet kan de partij die beschikt over een vonnis waarin ten laste van zijn wederpartij een kostenveroordeling is uitgesproken, uit hoofde van dat vonnis beslag leggen voor de nakosten. Slechts indien bij de executie over de hoogte van de nakosten een geschil ontstaat dienen de kosten door de rechter te worden begroot. Hieruit volgt dat in beginsel de executie kan worden aangevangen zonder dat de nakosten, bij voorbaat in het vonnis of nadien bij bevelschrift, door de rechter zijn begroot. Wanneer de executie is aangevangen, hetgeen geschiedt met beslaglegging of - afhankelijk van de voorgenomen wijze van executie - met een bevel van de gerechtsdeurwaarder aan de schuldenaar om aan de veroordeling in het vonnis te voldoen, kan zonodig alsnog begroting van de nakosten door de rechter plaatsvinden. In het onderhavige geval geldt dat [gedaagde sub 1] c.s. de hoogte van de nakosten niet heeft betwist, zodat Forward niet de weg van art. 237 lid 4 Rv hoeft te volgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c496cf7dd7f718e1a2244c54939b8d672634fdc59014dc62f243b0c6be2d8459. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c496cf7dd7f718e1a2244c54939b8d672634fdc59014dc62f243b0c6be2d8459, en de alinea staat in dat document op bytes 15011 tot 16036.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c496cf7dd7f718e1a2244c54939b8d672634fdc59014dc62f243b0c6be2d8459 | shasum -a 256