Citaat | Rechtbank Amsterdam 23 december 2010

Alinea 51 Rechtbank Amsterdam 23 december 2010

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 23 december 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BO8910.

4.8. De deurwaarder heeft er ter terechtzitting op gewezen dat de geëxecuteerde, aan wie een gerechtsdeurwaarder bevel doet om een bepaald bedrag aan nakosten te voldoen, vanwege het enkele feit dat een gerechtsdeurwaarder als vertegenwoordiger van het overheidsgezag optreedt, gewoonlijk ervan zal uitgaan dat het geclaimde bedrag onbetwistbaar is vastgesteld. De deurwaarder komt daarmee, naar de voorzieningenrechter begrijpt, in een spanningsveld, nu het gevorderde bedrag eenzijdig is bepaald en vooralsnog niet door de rechter is vastgesteld. Ook hierin wordt echter onvoldoende aanleiding gevonden om over het voorgaande anders te oordelen. Van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij de vordering waarvoor hij beslag legt nauwkeurig specificeert en de grondslag van de gevorderde bedragen in zijn exploten vermeldt. De reikwijdte van de verplichting van een gerechtsdeurwaarder om een geëxecuteerde van verdere informatie te voorzien ten aanzien van de verschuldigdheid van geclaimde nakosten is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De stelling van Forward dat die informatieverplichting in ieder geval niet zover gaat dat de gerechtsdeurwaarder de geëxecuteerde erop moet wijzen dat betwisting van de hoogte van de nakosten de executant zal nopen tot het laten begroten van deze kosten wordt, gelet op het voorgaande, in zijn algemeenheid verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c496cf7dd7f718e1a2244c54939b8d672634fdc59014dc62f243b0c6be2d8459. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c496cf7dd7f718e1a2244c54939b8d672634fdc59014dc62f243b0c6be2d8459, en de alinea staat in dat document op bytes 21534 tot 22932.