Citaat | Rechtbank Amsterdam 21 december 2011

Onder 3.4. Rechtbank Amsterdam 21 december 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 21 december 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:10094.

Nadat het (eventuele) voordeel op de schade in mindering is gebracht, moet vervolgens worden beoordeeld in hoeverre de resterende door [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] geleden schade op de voet van artikel 6:101 BW (eigen schuld) als door [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] veroorzaakt voor rekening van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] moet blijven. Daarbij dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de termijnen en de restschuld. Verwezen wordt naar de rechtsoverwegingen 3.6 en 3.7 van eerdergenoemd vonnis van de kantonrechter Amsterdam d.d. 27 januari 2010 welke hier worden overgenomen. De kantonrechter gaat hierbij uit van de tot het moment van beëindiging ‘verschuldigde’ termijnen en niet slechts van de ‘betaalde’ termijnen, omdat het voor de vaststelling van de hoogte van de schade niet uitmaakt of een verschuldigd bedrag reeds is betaald of niet. Verschuldigde maar onbetaald gebleven termijnen blijven immers opeisbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbce9aabe0ba28f7845449a02bdb9d6cdce66171be549bc973c09a1a740ce4c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbce9aabe0ba28f7845449a02bdb9d6cdce66171be549bc973c09a1a740ce4c9, en de alinea staat in dat document op bytes 21914 tot 22967.