Citaat | Rechtbank Amsterdam 21 december 2011
Onder 3.10. Rechtbank Amsterdam 21 december 2011
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 21 december 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:10094.
Ten aanzien van de restschuld stelt de kantonrechter voorop dat uit de lease-overeenkomst voldoende duidelijk kenbaar was dat een geldlening werd verstrekt, dat het geleende geld werd belegd in effecten, dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] over het geleende bedrag rente was verschuldigd en dat het geleende bedrag moest worden terugbetaald ongeacht de verkoopopbrengst van de effecten. Op de gronden zoals door de Hoge Raad en het Amsterdamse hof is overwogen, is de kantonrechter van oordeel dat hieruit volgt dat wat betreft de (na verrekening van voordeel resterende) schade bestaande uit restschuld in beginsel 1/3 deel daarvan vanwege eigen schuld voor rekening van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] behoort te blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbce9aabe0ba28f7845449a02bdb9d6cdce66171be549bc973c09a1a740ce4c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbce9aabe0ba28f7845449a02bdb9d6cdce66171be549bc973c09a1a740ce4c9, en de alinea staat in dat document op bytes 31223 tot 32023.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbce9aabe0ba28f7845449a02bdb9d6cdce66171be549bc973c09a1a740ce4c9 | shasum -a 256