Citaat | Rechtbank Amsterdam 15 juli 2011

Onder 4.2.4. Rechtbank Amsterdam 15 juli 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 15 juli 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:4441.

De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor genoemde informatie, in onderling verband beschouwd, voldoende grondslag biedt voor verweerders standpunt dat aannemelijk is dat [persoon D], [persoon E] en[persoon A] strafbare feiten hebben gepleegd die verband houden met witwassen, belastingfraude en sociale verzekeringsfraude. De rechtbank overweegt voorts dat verweerders hieruit aannemelijk hebben mogen achten dat [persoon D] en [persoon E] betrokken zijn geweest bij de bedrijfsvoering van eiseres. Het feit dat het NERO-onderzoek niet heeft geleid tot strafrechtelijke veroordelingen, leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Er dient immers slechts aannemelijk te zijn dat bepaalde strafbare feiten zijn gepleegd. Bovendien is ter zitting gebleken dat, naar aanleiding van het NERO-onderzoek, [persoon D] en [persoon E] thans strafrechtelijk worden vervolgd. Uit het dossier is voorts gebleken dat de officier van justitie de uit het NERO-onderzoek voortvloeiende strafrechtelijke vervolging van [persoon A] vanwege tijdverloop niet meer opportuun heeft geacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d1cab9c53638cc61fa8f0169199ec53da9fbe2d70cb23c0448b6d6fa74ff5c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d1cab9c53638cc61fa8f0169199ec53da9fbe2d70cb23c0448b6d6fa74ff5c6, en de alinea staat in dat document op bytes 16665 tot 17751.