Citaat | Rechtbank Amsterdam 5 januari 2011
Alinea 148 Rechtbank Amsterdam 5 januari 2011
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 5 januari 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BO9943.
In die tijd kon de publieke dijkgrond alleen door erfpacht in langdurig gebruik uitgegeven worden. In het begin van de 19de eeuw verkeerde Nederland in een overgangsperiode tussen twee bestuurlijke systemen (tussen 1798 en 1848). Het oude systeem, waarin de (gedecentraliseerde) overheid altijd de beschikking over de dijkgrond had indien dit noodzakelijk was, was afgeschaft en het nieuwe systeem waarin wetten het grondgebruik reguleren, was nog niet ontwikkeld. De Onteigeningswet van 1851 (en 1841) was het nieuwe instrument om beschikking te krijgen over de grond in het publiek belang. Daarnaast waren in het BW van 1838 opgenoemd de "zaken, buiten den handel, voor de openbare dienst bestemd", waaronder de dijken. De regelgeving dienaangaande werd aan de praktijk overgelaten. Uitgifte in eigendom van grond op dijken was niet langer mogelijk. Pacht en huur werden voor dit doel niet toegepast, omdat dit kortdurende en opzegbare rechten waren en de huis bouwende dijkbewoner onvoldoende zekerheid gaven. De kenmerken van het erfpachtsrecht waren langdurigheid, erkenning (recognitie) van het heersend (publiek) eigendom en verval van het recht aan de bloot-eigenaar (de overheidsvertegenwoordiger) indien er geen opvolger meer was of indien de gebruiker nalatig was. Het doel van de handhaving van het erfpachtsrecht in het BW van 1838 was om een aantal oude - deels afgeschafte - zakelijke rechten in stand te kunnen houden en een zakelijk gebruiksrecht te regelen voor publieke gronden, zoals het reguleren van het grondgebruik in de overzeese koloniën ten behoeve van de Staat. Toen in 1851 via de Gemeentewet de waterschappen ontstonden als zelfstandige bestuurlijke eenheden onder oppertoezicht van de provincie, drong het provinciaal bestuur, in het waterstaatkundig belang, aan op het behoud van de dijken in het publieke domein en op het niet langer toestaan dat gronden in eigendom werden uitgegeven. Uitgifte van dijkgronden in erfpacht werd gebruikt ter uitvoering van de publieke taak. Eigendom was door de afschaffing van het oude staatssysteem vrijwel onaantastbaar geworden en vanuit publiek oogpunt nog lange tijd onvoldoende beperkt door wetgeving op gebied van ruimtelijke ordening en milieu, aldus steeds StENK c.s.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77e08b3f1e6fc4d434d41fbcca1a015c437034b948a86af474ad1ca423ab3642. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77e08b3f1e6fc4d434d41fbcca1a015c437034b948a86af474ad1ca423ab3642, en de alinea staat in dat document op bytes 35829 tot 38086.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/77e08b3f1e6fc4d434d41fbcca1a015c437034b948a86af474ad1ca423ab3642 | shasum -a 256