Citaat | Rechtbank Amsterdam 2 maart 2011
Alinea 136 Rechtbank Amsterdam 2 maart 2011
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 2 maart 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BP6838.
4.2 [gedaagden] heeft als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat op haar geen prospectusplicht rustte omdat niet zij maar LBTC de aanbieder in de zin van artikel 5:2 Wft van de notes was. [gedaagde sub 1] bemiddelde slechts bij de totstandkoming van een overeenkomst tussen de belegger en LBTC, maar was daarbij geen partij. [gedaagde sub 1] heeft uitsluitend als beleggingsonderneming haar cliënten geadviseerd en, anders dan de Stichting stelt, nimmer notes op eigen boek genomen en vervolgens doorverkocht aan beleggers, aldus steeds [gedaagden].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e19ea5241aa0208930a9748b6cfaeb66e1c8d482ebb15477da822dbb970665a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e19ea5241aa0208930a9748b6cfaeb66e1c8d482ebb15477da822dbb970665a, en de alinea staat in dat document op bytes 22678 tot 23244.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6e19ea5241aa0208930a9748b6cfaeb66e1c8d482ebb15477da822dbb970665a | shasum -a 256