Citaat | Rechtbank Amsterdam 2 maart 2011
Alinea 148 Rechtbank Amsterdam 2 maart 2011
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 2 maart 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BP6838.
4.7. De rechtbank stelt voorop dat de gestelde schending van het bepaalde in de artikelen 5.13 en 5.20 Wft niet tot toewijzing van de vordering kan leiden. Genoemde artikelen richten zich blijkens artikel 5.12 Wft tot de uitgevende instelling, aanbieder van effecten, of de aanvrager van toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt en/of hebben betrekking op de inhoud van het prospectus. Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde sub 1] het prospectus en het daarvan onderdeel uitmakende registratiedocument en de samenvatting niet heeft opgesteld. Evenmin is in geschil dat [gedaagde sub 1] met betrekking tot de notes niet als uitgevende instelling of als aanvrager van toelating van de notes tot de handel op een gereglementeerde markt kan worden aangemerkt, terwijl zij, zoals hiervoor is overwogen evenmin als aanbieder van de notes heeft te gelden. Een eventuele schending van het bepaalde in de artikelen 5.13 of 5.20 Wft kan reeds daarom niet leiden tot de gestelde aansprakelijkheid van [gedaagde sub 1].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e19ea5241aa0208930a9748b6cfaeb66e1c8d482ebb15477da822dbb970665a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e19ea5241aa0208930a9748b6cfaeb66e1c8d482ebb15477da822dbb970665a, en de alinea staat in dat document op bytes 28499 tot 29557.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6e19ea5241aa0208930a9748b6cfaeb66e1c8d482ebb15477da822dbb970665a | shasum -a 256