Citaat | Rechtbank Amsterdam 4 maart 2011

Alinea 61 Rechtbank Amsterdam 4 maart 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 4 maart 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BP6852.

2.6. De stelling van eisers dat de planwetgever met de bestemming Recreatiedoeleinden niet het oog kan hebben gehad op golfbanen, omdat golfterreinen destijds nog weinig voorkwamen en daarom expliciet bestemd werden, volgt de rechtbank niet. In navolging van de Afdeling, zoals bijvoorbeeld in de uitspraak van 17 december 2008 (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder LJ-nummer BG7184), is de rechtbank van oordeel dat de bestemming niet hoeft te worden uitgelegd volgens de veronderstelde heersende opvattingen van de planwetgever ten tijde van de totstandkoming van het uitbreidings- en herzieningsplan. Tegenwoordig is de aanwezigheid van golfbanen veel gebruikelijker. Er is geen grond voor het oordeel dat deze geen recreatieve functie hebben of expliciet in het plan moeten worden aangewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97f6147d7f441d8adda61d0ba236536408ba2f906f4e526fb94205c05d40bb75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97f6147d7f441d8adda61d0ba236536408ba2f906f4e526fb94205c05d40bb75, en de alinea staat in dat document op bytes 15643 tot 16456.