Citaat | Rechtbank Amsterdam 6 april 2011

Alinea 84 Rechtbank Amsterdam 6 april 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 6 april 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ0237.

4.11. [eiser] heeft verder gesteld dat voor [gedaagde sub 2] c.q. Cyrte meespeelde de verwachting dat de investering door [eiser] een positief effect op de koers van het aandeel TMG zou hebben en dat dit effect zich ook heeft voorgedaan. Ook dit kan niet als een aannemelijk motief van [gedaagde sub 2] gelden voor het overeenkomen van de Verkoopoptie. Door Cyrte c.s. is immers gemotiveerd gesteld, en door [eiser] is niet, althans onvoldoende, betwist, dat Cyrte niet streefde naar koerswinst op korte termijn voor haar investering in TMG maar naar het van binnen uit verbeteren van de prestaties van het bedrijf om zo de meerwaarde ervan te gelde te maken. Een beperkte en kortstondige verhoging van de beurskoers van het aandeel TMG, zoals zich heeft voorgedaan in reactie op de investering door [eiser] in TMG, past niet in dat streven. Dit vindt bevestiging in het feit dat Cyrte in deze koersstijging geen aanleiding heeft gezien (een deel van) haar belang in TMG te verkopen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db0c352b67bf65c6be8d25c81f1c0139dcf985742b07e6f1ba809da01397db5a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db0c352b67bf65c6be8d25c81f1c0139dcf985742b07e6f1ba809da01397db5a, en de alinea staat in dat document op bytes 26413 tot 27409.