Citaat | Rechtbank Amsterdam 6 april 2011

Alinea 86 Rechtbank Amsterdam 6 april 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 6 april 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ0237.

4.13. De rechtbank constateert dat, nu de beurskoers van het aandeel TMG op 10 september 2008 onder de gemiddelde aankoopprijs van [eiser] lag, de door [eiser] gestelde verhoging van de uitoefenprijs voor Cyrte een belang van ruim € 6.250.000,-- vertegenwoordigde ([€ 24 - € 21,51] x 2.500.240). Onduidelijk is gebleven waarom [gedaagde sub 2] een toezegging die een dergelijke waarde vertegenwoordigde zou hebben gedaan zonder dat daar een tegenprestatie van [eiser] tegenover stond. [eiser] heeft immers niet gesteld, en ook anderszins is niet gebleken, dat [gedaagde sub 2] in ruil voor de verhoogde uitoefenprijs enige tegenprestatie heeft bedongen, laat staan dat [gedaagde sub 2] of Cyrte enig belang had daarbij. [eiser] heeft geen enkel inzicht gegeven in de (mogelijke) beweegredenen van [gedaagde sub 2] om de uitoefenprijs op zo nonchalante wijze te verhogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db0c352b67bf65c6be8d25c81f1c0139dcf985742b07e6f1ba809da01397db5a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db0c352b67bf65c6be8d25c81f1c0139dcf985742b07e6f1ba809da01397db5a, en de alinea staat in dat document op bytes 28266 tot 29156.