Citaat | Rechtbank Amsterdam 6 april 2011

Alinea 92 Rechtbank Amsterdam 6 april 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 6 april 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ0237.

4.16. De rechtbank constateert dat [persoon 2] aanvankelijk alleen van [eiser] heeft gehoord van het bestaan van de Verkoopoptie. Ook indien er van wordt uitgegaan dat [gedaagde sub 2] in het telefoongesprek de hiervoor bedoelde opmerking heeft gemaakt, is die mededeling op zichzelf onvoldoende om aan te nemen dat de Verkoopoptie is verleend. [gedaagde sub 2] heeft immers aangenomen dat [persoon 2] bekend was met de afspraak die hij met [eiser] had, maar heeft niet rechtstreeks met [persoon 2] besproken wat die afspraak inhield. Onduidelijk is daarom of [persoon 2] en [gedaagde sub 2] van dezelfde afspraak zijn uitgegaan. Het valt niet uit te sluiten dat [gedaagde sub 2], zoals hij ook als getuige heeft verklaard, met de toezegging aan [eiser] bedoeld heeft dat Cyrte de aandelen TMG van [eiser] zou overnemen als Cyrte een openbaar bod zou doen op alle aandelen TMG. Evenzeer is mogelijk dat [persoon 2] de uitlatingen van [gedaagde sub 2] zo heeft geïnterpreteerd dat deze overeenstemden met hetgeen hij van [eiser] had gehoord over de inhoud van de – in de perceptie van [eiser] – tussen hem en [gedaagde sub 2] overeengekomen Verkoopoptie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db0c352b67bf65c6be8d25c81f1c0139dcf985742b07e6f1ba809da01397db5a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db0c352b67bf65c6be8d25c81f1c0139dcf985742b07e6f1ba809da01397db5a, en de alinea staat in dat document op bytes 32159 tot 33330.