Citaat | Rechtbank Amsterdam 13 april 2011

Alinea 75 Rechtbank Amsterdam 13 april 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 13 april 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ0921.

4.3. AFM voert terecht aan dat de enkele omstandigheid dat [eiseres] schade lijdt in verband met het faillissement van DSB, onvoldoende is om te oordelen dat AFM in de uitoefening van het gedragstoezicht onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. Het gaat erom of AFM vóór 26 juni 2008, toen [eiseres] overwoog de deposito-overeenkomst met DSB aan te gaan, jegens haar heeft gehandeld in strijd met hetgeen destijds van een redelijk handelend toezichthouder mocht worden verwacht ter bescherming van haar belangen als (potentiële) cliënt van DSB. AFM was destijds op grond van artikel 1:25 Wft belast met gedragstoezicht op financiële instellingen, waaronder DSB. DNB was destijds op grond van artikel 1:24 Wft belast met zogenoemd prudentieel toezicht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0b578c80b7d46038b12aa31292cdbfa3ac826f60128ad933b1598f067e391ef4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0b578c80b7d46038b12aa31292cdbfa3ac826f60128ad933b1598f067e391ef4, en de alinea staat in dat document op bytes 16849 tot 17620.