Citaat | Rechtbank Amsterdam 13 april 2011

Alinea 82 Rechtbank Amsterdam 13 april 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 13 april 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ0921.

4.6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft AFM in de periode waarin [eiseres] overwoog de deposito-overeenkomst aan te gaan en kennisnam van uitingen van DSB over het product achtergesteld deposito, gehandeld in strijd met hetgeen van AFM als redelijk handelend toezichthouder mocht worden verlangd, indien AFM gezien de omstandigheden van het geval in redelijkheid niet heeft kunnen besluiten een bepaald gebruik van de haar toekomende bevoegdheden achterwege te laten. Tot die omstandigheden behoren in ieder geval of er een signaal was dat DSB zich mogelijk niet aan de voor haar geldende gedragsvoorschriften hield, de aard van de vermoedelijk overtreden norm, de mate waarin die vermoedelijke overtreding tot benadeling van (potentiële) cliënten zoals [eiseres] kon leiden en de omvang van dat dreigende nadeel, de aard van de bevoegdheden die AFM ten dienste stonden en de mate waarin het gebruik van die bevoegdheden daadwerkelijk bescherming kon bieden aan de op het spel staande belangen, alsmede de mate waarin (potentiële) cliënten van DSB zoals [eiseres] zelf maatregelen konden treffen om dat nadeel te voorkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0b578c80b7d46038b12aa31292cdbfa3ac826f60128ad933b1598f067e391ef4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0b578c80b7d46038b12aa31292cdbfa3ac826f60128ad933b1598f067e391ef4, en de alinea staat in dat document op bytes 22462 tot 23608.