Citaat | Rechtbank Amsterdam 13 april 2011
Alinea 85 Rechtbank Amsterdam 13 april 2011
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 13 april 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ0921.
4.9. AFM beroept zich erop dat de solvabiliteit van DSB destijds met een percentage van 11% bij een wettelijk minimum van 8% zonder meer goed was. Zoals in het rapport van de Commissie Scheltema is vermeld (p. 135), tellen achtergestelde deposito's tot een bepaald maximum mee als kapitaal bij het bepalen van de solvabiliteit van een bank. De keerzijde daarvan voor de deposanten is dat zij bij een eventueel faillissement een aanmerkelijk groter risico lopen dan gewone spaarders. Dit betekent dat, ook als aangenomen wordt dat de kans dat DSB zou failleren op zichzelf geen aanleiding tot nader onderzoek gaf – mede vanwege een adequate solvabiliteit – in het geval dát DSB zou failleren, de deposanten van de achtergestelde leningen het verhoogde risico liepen hun volledige inleg kwijt te raken, waardoor de omvang van het voor hen dreigende nadeel een niet te verwaarlozen omstandigheid was. In zoverre kon niet zonder meer worden aangenomen dat het gedragstoezicht op DSB volstond en het product achtergesteld deposito geen bijzondere aandacht behoefde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0b578c80b7d46038b12aa31292cdbfa3ac826f60128ad933b1598f067e391ef4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0b578c80b7d46038b12aa31292cdbfa3ac826f60128ad933b1598f067e391ef4, en de alinea staat in dat document op bytes 25458 tot 26537.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0b578c80b7d46038b12aa31292cdbfa3ac826f60128ad933b1598f067e391ef4 | shasum -a 256