Citaat | Rechtbank Amsterdam 13 april 2011

Alinea 86 Rechtbank Amsterdam 13 april 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 13 april 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ0921.

4.10. Ook indien juist is, zoals AFM aanvoert, dat er in het algemeen in de spaarmarkt eerder dan in het derde kwartaal 2008, na het ineenstorten van Icesave en Lehmann Brothers, geen aanleiding was het gedragstoezicht te verscherpen en daarbij meer rekening te houden met de mogelijkheid dat een bank failliet gaat, verklaart dit niet waarom AFM voordien in de uitoefening van het gedragstoezicht geen nadere aandacht behoefde te besteden aan voormelde zeer aanzienlijke stijging van de instroom van achtergestelde deposito's bij DSB. De stelling van AFM dat zij destijds toezicht hield op meer dan 14.000 instellingen, maakt dat niet anders. Zoals AFM zelf toelicht, had DSB als instelling van meet af aan de aandacht in de uitoefening van het gedragstoezicht van AFM. AFM wist dat er naast DSB slechts één andere aanbieder was van achtergestelde deposito’s. AFM was ook bekend met het risico van achtergestelde deposito's bij faillissement van een bank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0b578c80b7d46038b12aa31292cdbfa3ac826f60128ad933b1598f067e391ef4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0b578c80b7d46038b12aa31292cdbfa3ac826f60128ad933b1598f067e391ef4, en de alinea staat in dat document op bytes 26557 tot 27530.