Citaat | Rechtbank Amsterdam 13 april 2011
Alinea 90 Rechtbank Amsterdam 13 april 2011
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 13 april 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ0921.
4.14. Wel leidt hetgeen onder 4.6 tot en met 4.12 is overwogen tot de slotsom dat AFM gezien de omstandigheden van het geval, in het bijzonder het aanzienlijke nadeel dat met verstrekking van een achtergestelde lening gepaard kon gaan in geval van faillissement van DSB, in redelijkheid niet heeft kunnen besluiten geen nader onderzoek te doen naar de noodzaak van een verscherpt toezicht, gezien de aandacht van DNB voor verbetering van de liquiditeit, de solvabiliteit en de corporate governance structuur bij DSB en de aanzienlijk verhoogde instroom van achtergestelde deposito's bij DSB in het eerste kwartaal van 2008. Dit kwalificeert als een onrechtmatige daad van AFM. Naar tussen partijen niet in geschil is, betreft het een onrechtmatige daad jegens [eiseres].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0b578c80b7d46038b12aa31292cdbfa3ac826f60128ad933b1598f067e391ef4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0b578c80b7d46038b12aa31292cdbfa3ac826f60128ad933b1598f067e391ef4, en de alinea staat in dat document op bytes 30474 tot 31258.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0b578c80b7d46038b12aa31292cdbfa3ac826f60128ad933b1598f067e391ef4 | shasum -a 256