Citaat | Rechtbank Amsterdam 13 april 2011

Alinea 92 Rechtbank Amsterdam 13 april 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 13 april 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ0921.

4.16. AFM betwist verder het causaal verband en de schade en stelt met een beroep op artikel 6:101 BW onder meer dat [eiseres] op de hoogte was van de risico's van het achtergestelde deposito. AFM verwijst daartoe onder meer naar artikel 7 lid 1 van de overeenkomst, hiervoor weergegeven onder 2.7. [eiseres] stelt onder meer dat zij de overeenkomst met DSB niet zou zijn aangegaan wanneer zij had geweten dat de achterstelling van het deposito mede omvatte dat zij ook tussentijds haar geld kon kwijtraken in geval van een faillissement van de bank. Die stelling behoeft, in het licht van het verweer van AFM, nadere toelichting. Datzelfde geldt voor de beweerdelijk als gevolg daarvan geleden schade. [eiseres] zal in de gelegenheid worden gesteld om een en ander bij akte nader toe te lichten, waarop AFM bij antwoordakte zal kunnen reageren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0b578c80b7d46038b12aa31292cdbfa3ac826f60128ad933b1598f067e391ef4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0b578c80b7d46038b12aa31292cdbfa3ac826f60128ad933b1598f067e391ef4, en de alinea staat in dat document op bytes 31562 tot 32421.