Citaat | Rechtbank Amsterdam 23 maart 2011

Alinea 56 Rechtbank Amsterdam 23 maart 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 23 maart 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3604.

4.1. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn stelling dat eisers hem eerst bij de brief van 7 september 2010 in gebreke hebben gesteld. Naar het oordeel van de rechtbank is een ingebrekestelling vormvrij en is niet vereist dat een bestuursorgaan uitdrukkelijk in gebreke wordt gesteld. De rechtbank vindt voor dit oordeel steun in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 6 mei 2010, te vinden op www.rechtspraak.nl, LJN: BM4185. De brief van eisers van 21 juli 2010, waarin zij verweerder hebben verzocht met voortvarendheid een besluit op hun bezwaar te nemen, moet naar het oordeel van de rechtbank dan ook reeds als ingebrekestelling worden aangemerkt als bedoeld in artikel 4:17, derde lid, van de Awb. Aangezien verweerder niet binnen twee weken na deze ingebrekestelling op het bezwaar van eisers heeft beslist, heeft verweerder bij het bestreden besluit ten onrechte overwogen dat hij geen dwangsommen is verschuldigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7fc5552bd03e174a3d3202206aca14ada2f83fc742f1a62b9f62ab74d92e117. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7fc5552bd03e174a3d3202206aca14ada2f83fc742f1a62b9f62ab74d92e117, en de alinea staat in dat document op bytes 14416 tot 15414.