Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 mei 2011

Alinea 209 Rechtbank Amsterdam 18 mei 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 mei 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ4842.

4.6.1. Resteert de vraag of hetgeen de Staat der Nederlanden destijds wist of moest begrijpen hem daarvan had behoren te weerhouden. Onder “hetgeen de Staat der Nederlanden wist of moest begrijpen” valt niet alleen zijn wetenschap omtrent de in artikel 3:44 lid 4 BW bedoelde bijzondere omstandigheden, maar ook zijn wetenschap omtrent wat als benadeling van Fortis N.V., Fortis SA/NV, Fortis Insurance, Fortis Insurance International en Fortis Bank België kan worden aangemerkt en zijn wetenschap omtrent alles wat overigens nog van belang zou kunnen zijn voor het oordeel of hij zich van het bevorderen van de totstandkoming van de onderhavige rechtshandelingen had behoren te onthouden. Verwezen wordt naar de Parlementaire geschiedenis van het Nieuwe Burgerlijk Wetboek, Boek 3, Vermogensrecht in het algemeen, bladzijde 213.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41f0bcfff0af5f3e762647075e0ce3e7aee89d1ee138d87dec6fac4446064572. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41f0bcfff0af5f3e762647075e0ce3e7aee89d1ee138d87dec6fac4446064572, en de alinea staat in dat document op bytes 49936 tot 50783.