Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 mei 2011

Alinea 216 Rechtbank Amsterdam 18 mei 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 mei 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ4842.

Wat er ook zij van deze en de andere door VEB en Deminor naar voren gebrachte argumenten, VEB en Deminor verzuimen (voldoende) toe te lichten en te onderbouwen waarom de Staat der Nederlanden zich onder de gegeven omstandigheden van het verrichten van de onderhavige rechtshandelingen had behoren te onthouden. Daarbij is van belang dat de Fortis-groep en de Staat der Nederlanden in de aanloop naar 3 oktober 2008 voor een ongekende opgave stonden. Op de kortst mogelijke termijn moesten maatregelen worden getroffen teneinde te waarborgen dat de Fortis-groep, althans het Nederlandse bedrijf, zou kunnen overleven. Elk uur telde. De eerder toegepaste, meer geijkte maatregelen hadden niet tot het gewenste resultaat geleid. Aangenomen kan worden dat, indien met de te nemen maatregelen het vertrouwen in de solvabiliteit van de onderneming niet zou worden hersteld, er niet nog een mogelijkheid zou komen dat alsnog te doen. Onorthodoxe maatregelen ter voorkoming van een deconfiture van de Nederlandse onderdelen van de Fortis-groep waren dan ook onvermijdelijk. Het Nederlandse bedrijf van de Fortis-groep, een vooraanstaande bankverzekeraar, was omvangrijk en complex. Een grondige analyse van de onderlinge banden tussen het Nederlandse bankbedrijf en het Nederlandse verzekeringsbedrijf en van de risico’s van het verbreken daarvan, ontbrak. Voor het opstellen van een dergelijke analyse ontbrak de tijd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41f0bcfff0af5f3e762647075e0ce3e7aee89d1ee138d87dec6fac4446064572. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41f0bcfff0af5f3e762647075e0ce3e7aee89d1ee138d87dec6fac4446064572, en de alinea staat in dat document op bytes 53921 tot 55348.