Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 mei 2011
Alinea 227 Rechtbank Amsterdam 18 mei 2011
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 mei 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ4842.
4.7. Daaruit vloeit voort dat vordering (a) dient te worden afgewezen. Daarmee valt ook het doek voor vorderingen (b) tot en met (f). Die vorderingen bouwen immers, zoals VEB en Deminor zelf stellen (onder meer in de dagvaarding, onder 73, en in de conclusie van repliek, onder 149), voort op vordering (a). De overige stellingen en verweren behoeven dan ook geen behandeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41f0bcfff0af5f3e762647075e0ce3e7aee89d1ee138d87dec6fac4446064572. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41f0bcfff0af5f3e762647075e0ce3e7aee89d1ee138d87dec6fac4446064572, en de alinea staat in dat document op bytes 62334 tot 62723.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41f0bcfff0af5f3e762647075e0ce3e7aee89d1ee138d87dec6fac4446064572 | shasum -a 256