Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 mei 2011
Alinea 228 Rechtbank Amsterdam 18 mei 2011
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 mei 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ4842.
4.8.1. VEB en Deminor zullen, als de jegens de Staat der Nederlanden en Fortis Bank België in het ongelijk gestelde partijen, hoofdelijk respectievelijk gezamenlijk worden veroordeeld in de aan de zijde van die partijen gevallen proceskosten. Deze worden voor ieder van die partijen begroot op EUR 262,00 aan verschotten (griffierecht) en EUR 19.266,00 aan salaris advocaat (zes punten, tarief VIII), in totaal EUR 19.528,00. De rechtbank hanteert tarief VIII omdat VEB en Deminor een (gestelde) schade van ettelijke miljarden tot inzet van dit geding hebben gemaakt; de rechtbank verwijst in dit verband naar de dagvaarding, onder 48 en 53. VEB en Deminor zullen tevens, overeenkomstig de vordering daartoe waartegen geen verweer is gevoerd, worden veroordeeld tot betaling aan de Staat der Nederlanden van de wettelijke rente over de proceskosten vanaf acht dagen na dit vonnis, voor zover de proceskosten niet binnen zeven dagen na dit vonnis zijn betaald.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41f0bcfff0af5f3e762647075e0ce3e7aee89d1ee138d87dec6fac4446064572. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41f0bcfff0af5f3e762647075e0ce3e7aee89d1ee138d87dec6fac4446064572, en de alinea staat in dat document op bytes 62743 tot 63717.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41f0bcfff0af5f3e762647075e0ce3e7aee89d1ee138d87dec6fac4446064572 | shasum -a 256