Citaat | Rechtbank Amsterdam 25 januari 2011

Alinea 201 Rechtbank Amsterdam 25 januari 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 25 januari 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ5846.

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat ten aanzien van de feiten 1 en 2 op de dagvaarding een eventuele bewezenverklaring voornamelijk zou steunen op de verklaring van [motoragent]. Anders dan de raadsman acht de rechtbank deze verklaring betrouwbaar. Niet is gebleken dat de gemoedstoestand van [motoragent] op enige wijze van invloed is geweest op de inhoud van de door hem opgetekende processen-verbaal. Dit betekent dat het bewijs dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan - op de voet van artikel 344 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering - in beginsel op deze verklaring van [motoragent] kan worden aangenomen. Daar komt bij dat deze verklaring op onderdelen wordt ondersteund door ander bewijs. Zo heeft de medeverdachte [medeverdachte 2] verklaard dat er door de bestuurder achteruit gereden is.26 Verder ondersteunt het feit dat er een kogelhuls op de Salvador Dalistraat is aangetroffen27 de verklaring van [motoragent] dat hij geschoten heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2ad69716bef38e3be516c53d4b0a67aecd0a99dc7441f6f2b7aa27d21e0520b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2ad69716bef38e3be516c53d4b0a67aecd0a99dc7441f6f2b7aa27d21e0520b, en de alinea staat in dat document op bytes 39252 tot 40239.