Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 mei 2011

Alinea 116 Rechtbank Amsterdam 18 mei 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 mei 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ6524.

De visie van OLVG dat Obertop in zijn definitieve rapport hieraan te weinig waarde heeft gehecht, wordt door de rechtbank niet onderschreven. Blijkens zijn rapport en de brief van Obertop van 11 maart 2008 is Obertop bij de totstandkoming van zijn definitieve rapport mede afgegaan op deze verklaringen van de betrokken artsen, maar heeft hij hierin geen aanleiding gezien zijn conclusie dat de diverse artsen onvoldoende de mogelijkheid van het bestaan van een kwaadaardige aandoening hebben overwogen, te herzien. Laatstgenoemde conclusie veronderstelt dat een wél voldoende overweging van een kwaadaardige aandoening had geleid tot een eerdere diagnose. Zulks sluit aan bij de zienswijze van Obertop in zijn rapport: “Bij een vroegere verdenking op maligniteit zou eerder een laparotomie hebben plaatsgevonden. Mogelijk was een gunstiger behandeling gevolgd in de vorm van een radicale pancreasstaartresectie.” In de brief van Obertop van 11 maart 2008 wordt dit standpunt nog nader toegelicht: “Duidelijk blijkt uit de behandeling en uit de begeleiding van de patiënt dat er geen grote verdenking op maligniteit bestond. Was deze er wel geweest dan was veel eerder dan nu het geval was overgegaan tot definitieve diagnose stelling en mogelijke therapie, bijvoorbeeld door een proeflaparotomie.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79961dda683e8e334cbb8982d70415aad31d22acb70994eee0b6a5ed3845b394. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79961dda683e8e334cbb8982d70415aad31d22acb70994eee0b6a5ed3845b394, en de alinea staat in dat document op bytes 21669 tot 22990.