Citaat | Rechtbank Amsterdam 31 mei 2011

Alinea 102 Rechtbank Amsterdam 31 mei 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 31 mei 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9049.

Voor de combinatie van deze feiten is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden, mede gezien het strafblad van verdachte waarop reeds meerdere veroordelingen voor gewelds- en al dan niet gekwalificeerde vermogensdelicten prijken, ook al zijn sommige van wat langere tijd geleden en berecht onder het jeugdstrafrecht. Ten slotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan meineed. De samenle¬ving heeft groot belang bij een zuivere rechts¬gang. Hiervoor is vereist dat getui¬gen, die ten over¬staan van de rechter¬lijke macht onder ede worden gehoord, de waarheid zeggen. Hoewel de rechtbank op grond hiervan van oordeel is dat meineed een kwalijk feit is, wordt dit feit slechts in zeer beperkte mate in de strafmaat meegewogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/867db31f430a355f211d41ab4bb6152e9e54e14ad5b50552e302ca867cd06ca2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 867db31f430a355f211d41ab4bb6152e9e54e14ad5b50552e302ca867cd06ca2, en de alinea staat in dat document op bytes 46136 tot 46897.