Citaat | Rechtbank Amsterdam 31 mei 2011
Alinea 24 Rechtbank Amsterdam 31 mei 2011
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 31 mei 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9049.
Op 25 april 2010 is na 6.30 uur een kassalade met daarin 70,- euro aan muntgeld gestolen uit de Skybar, die zich bevindt op de tiende etage van het WestCord Fashion Hotel. Gebleken is dat op die dag om 07.01 uur een persoon met het pasje van kamernummer 817 de tiende verdieping via de nooduitgang heeft betreden. De kassalade is teruggevonden op de negende etage. Een deel van de kassalade is aangetroffen tussen het raam en een hekje van kamer 817. Kamer 817 was verhuurd aan [medeverdachte 1]. Uit tapgesprekken blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 2] om 05.12 uur tegen een NN-vrouw zegt dat hij naar het hotel gaat; om 06.50 uur zegt hij tegen verdachte dat het kamer 817 is en om 07.52 uur sms’t hij naar een NN-man dat hij in het Fashion hotel is met [bijnaam 1], [medeverdachte 1] en [persoon 1]. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat “[bijnaam 1]” (evenals “[bijnaam 2]”, “[bijnaam 3]” en [bijnaam 4]”) een bijnaam van verdachte is. Om 09.03 uur belt [medeverdachte 2] met verdachte en vraagt of “hij open is”, zegt dat “het hier blauw is” en dat verdachte “alles weg moet gooien, uit het raam”. Om 09.06 uur zegt verdachte dat hij “er niks mee te maken heeft”. [medeverdachte 2] zegt dat hij het op zijn minst “op de trap kan zetten”. Om 09.18 uur zegt [medeverdachte 2] dat ze hem “eruit hebben gegooid”. Om 15.58 uur zegt [medeverdachte 2] tegen een NN-man dat hij ‘het gewoon heeft neergezet” en dat “er heel wat munten in zaten”. Hij heeft “alleen wat achtergelaten in Fashion”. Hij zegt ook: “Ik heb het gepakt weggehaald”. Uit het voorgaande blijkt dat [medeverdachte 2] de kassalade heeft gestolen. Niet gebleken is dat verdachte bij deze diefstal betrokken is geweest. Met de officier van justitie moet geoordeeld worden dat het onder 4 primair tenlastegelegde niet bewezen kan worden. Verdachte zal van dat feit worden vrijgesproken. Uit bovengenoemde tapgesprekken volgt dat [medeverdachte 2] na de diefstal van de kassalade aan verdachte heeft gevraagd om deze vervolgens uit de kamer te halen. Omdat verdachte in deze gesprekken te kennen heeft gegeven geen gevolg te willen geven aan dat verzoek, kan niet bewezen worden dat verdachte de intentie had de kassalade te verwerven of voorhanden te hebben. Dat de lade niet in de kamer, maar op de negende verdieping is teruggevonden, brengt niet noodzakelijkerwijs mee dat verdachte de lade uit kamer 817 heeft meegenomen. Verdachte zal derhalve ook worden vrijgesproken van de subsidiair tenlastegelegde heling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/867db31f430a355f211d41ab4bb6152e9e54e14ad5b50552e302ca867cd06ca2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 867db31f430a355f211d41ab4bb6152e9e54e14ad5b50552e302ca867cd06ca2, en de alinea staat in dat document op bytes 8753 tot 11347.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/867db31f430a355f211d41ab4bb6152e9e54e14ad5b50552e302ca867cd06ca2 | shasum -a 256