Citaat | Rechtbank Amsterdam 31 mei 2011

Alinea 51 Rechtbank Amsterdam 31 mei 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 31 mei 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9049.

op 22 juli 2010 te Amsterdam ter terechtzitting van de Politierechter van de rechtbank Amsterdam als getuige in de zaak tegen [medeverdachte 4], nadat hij in handen van Politierechter op de bij de wet voorgeschreven wijze de eed had afgelegd de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen, mondeling, persoonlijk, opzettelijk valselijk, in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - heeft verklaard: "U houdt mij voor dat uit het dossier blijkt dat er vanaf 13.20 uur een man bij mij was. Dat klopt maar dat was niet [medeverdachte 4]. Ze verwarren deze man met [medeverdachte 4] vanwege het petje dat hij droeg. Dit petje en de jas van [medeverdachte 4] lagen in mijn auto. De jongen die bij mij in de auto zat droeg het petje van [medeverdachte 4]. Toen hij uitstapte heeft [medeverdachte 4] zijn petje teruggevraagd. Daarom droeg hij daarna hetzelfde petje als de man die eerder bij mij in de auto zat. Deze man heet [persoon 2]. Meer weet ik niet van hem."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/867db31f430a355f211d41ab4bb6152e9e54e14ad5b50552e302ca867cd06ca2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 867db31f430a355f211d41ab4bb6152e9e54e14ad5b50552e302ca867cd06ca2, en de alinea staat in dat document op bytes 18679 tot 19672.