Citaat | Rechtbank Amsterdam 31 mei 2011
Alinea 78 Rechtbank Amsterdam 31 mei 2011
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 31 mei 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9049.
Anders dan de officier van justitie en het gerechtshof Amsterdam in de zaak van medeverdachte [medeverdachte 5] is de rechtbank van oordeel dat verdachte door het slachtoffer tegen zijn hoofd te slaan en te schoppen niet bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij het slachtoffer hierdoor van het leven zou beroven. De kans dat iemand overlijdt naar aanleiding van slaan en schoppen tegen het hoofd is immers in het algemeen niet aanmerkelijk. Zoiets kán, maar het hoeft niet fataal af te lopen. Nu niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die nopen tot de conclusie dat dit laatste niettemin het geval was, zal verdachte worden vrijgesproken van dat deel van de tenlastelegging. Verdachte heeft daarentegen wél bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij door het geweld dat hij samen met [medeverdachte 5] op het slachtoffer uitgeoefend heeft, het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel toe zou brengen. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/867db31f430a355f211d41ab4bb6152e9e54e14ad5b50552e302ca867cd06ca2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 867db31f430a355f211d41ab4bb6152e9e54e14ad5b50552e302ca867cd06ca2, en de alinea staat in dat document op bytes 32611 tot 33715.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/867db31f430a355f211d41ab4bb6152e9e54e14ad5b50552e302ca867cd06ca2 | shasum -a 256