Citaat | Rechtbank Amsterdam 31 mei 2011
Alinea 82 Rechtbank Amsterdam 31 mei 2011
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 31 mei 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9049.
Op 5 mei 2010 om 02.22 uur vindt een inbraak plaats op een BP-tankstation aan de Ookmeerweg 501 te Amsterdam. De buit bestaat onder meer uit een grote hoeveelheid sigaretten. Op de camerabeelden van dit tankstation is te zien dat sprake is van vijf daders en dat gebruik wordt gemaakt van een Audi met kenteken [kenteken 1]. Door observanten is gezien dat medeverdachte [medeverdachte 2] in de avond van 4 mei 2010 als passagier in deze Audi heeft gezeten. Tevens is op de camerabeelden te zien dat de daders het tankstation verlaten met twee gevulde grote zwarte tassen. Op 5 mei 2010 om 01.07 uur, dus voor de inbraak, heeft verdachte gebeld met een NN-vrouw en heeft hij gezegd dat hij “nog even wat moet doen” en dat hij “zijn telefoon even uit gaat doen”. “Als hij klaar is”, zou hij zijn telefoon “weer aan doen en naar haar toe komen”. Op 5 mei 2010 om 02.06 uur is medeverdachte [medeverdachte 2] gebeld door [medeverdachte 1]. In dit telefoongesprek heeft [medeverdachte 2] tegen [medeverdachte 1] gezegd dat hij nu bij de BP is en dat hij er zo aan komt. Op 5 mei 2010 om 03.43 uur, voert [medeverdachte 2] een telefoongesprek waarin hij zegt dat hij “[medeverdachte 6]” ([medeverdachte 6]) net thuis heeft afgezet. Uit deze gesprekken blijkt dat verdachte en de medeverdachten rond het tijdstip van de inbraak op pad zijn geweest. Op 5 mei 2010 om 13.20 uur belt [medeverdachte 2] naar verdachte. Verdachte zegt in dit gesprek dat ze “die garoe gaan brengen”. Bij de politie is bekend dat met “garoe” sigaretten wordt bedoeld. Anders dan de raadsvrouw heeft betoogd komt het de rechtbank niet aannemelijk voor dat verdachte het hier over een middeltje tegen blaren heeft. Kort hierop belt [medeverdachte 2] naar zijn vriendin [medeverdachte 3] en zegt tegen haar dat hij nog moet “sorteren”. Door observanten wordt vervolgens gezien dat verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 6] op 5 mei 2010 om 14.45 uur naar een garagebox rijden, dat zij om 15.53 uur daar weer wegrijden om daarna achtereenvolgens naar een eetcafé, een tabakszaak en twee avondwinkels te gaan. Bij één van de avondwinkels gaat zowel [medeverdachte 6] als [medeverdachte 2] met een gevulde grote zwarte stoffen tas naar binnen en gaan zij met een lege zwarte tas weer naar buiten. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat zij sigaretten hebben weggebracht. Nu bij de inbraak de voorafgaande nacht een grote hoeveelheid sigaretten is buitgemaakt waarbij gebruik is gemaakt van grote donkere tassen en de verdachten op 5 mei 2010 ’s middags gezien worden met gelijksoortige tassen staat voldoende vast dat de sigaretten afkomstig zijn van de onderhavige inbraak. Dat er geen onderzoek is ingesteld of de sigaretten die de dag na de inbraak bij de avondwinkel zijn afgeleverd dezelfde zijn als die bij de inbraak zijn ontvreemd, maakt dit niet anders. Op grond van het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich met anderen heeft schuldig gemaakt aan de inbraak bij het BP-tankstation aan de Ookmeerweg. De verweren die de verdediging heeft gevoerd met betrekking tot de herkenningen op de camerabeelden, zullen niet besproken worden, nu deze herkenningen niet voor het bewijs zullen worden gebruiken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/867db31f430a355f211d41ab4bb6152e9e54e14ad5b50552e302ca867cd06ca2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 867db31f430a355f211d41ab4bb6152e9e54e14ad5b50552e302ca867cd06ca2, en de alinea staat in dat document op bytes 34326 tot 37622.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/867db31f430a355f211d41ab4bb6152e9e54e14ad5b50552e302ca867cd06ca2 | shasum -a 256