Citaat | Rechtbank Amsterdam 31 mei 2011

Alinea 86 Rechtbank Amsterdam 31 mei 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 31 mei 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9049.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is om verdachte als medepleger van deze inbraak aan te merken. Weliswaar is de uit de woning ontvreemde brillenkoker van de aangever bij verdachte aangetroffen, maar dit bewijst volgens de raadsvrouw niet dat hij deze bij de inbraak heeft weggenomen. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt hiertoe het volgende. Kort nadat zij omstreeks 20:17 uur per portofoon hadden vernomen dat er een woninginbraak gaande zou zijn in een woning op de [A-straat] te [plaats], kwamen politieambtenaren om 20:20 ter plaatse. Op dat moment vernamen zij over de portofoon dat de inbraak zou zijn op nr. [nr. 2-1] en zagen zij direct hierop uit het portiek van de desbetreffende woning twee mannen, onder wie verdachte, wegrennen. Politieambtenaren renden achter verdachte aan en zagen dat hij een plastic tas op de grond gooide, waarin later de genoemde brillenkoker werd aangetroffen. Verdachte werd vervolgens om 20:21 uur aangehouden. Gelet op het korte tijdsverloop tussen de melding en het weggooien van de tas, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat iemand anders de brillenkoker bij verdachte in de tas heeft gedaan. Dat de inbraak daadwerkelijk heeft plaatsgevonden in de woning aan de [A-straat nr. 1] maakt dit niet anders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/867db31f430a355f211d41ab4bb6152e9e54e14ad5b50552e302ca867cd06ca2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 867db31f430a355f211d41ab4bb6152e9e54e14ad5b50552e302ca867cd06ca2, en de alinea staat in dat document op bytes 39362 tot 40659.