Citaat | Rechtbank Amsterdam 31 mei 2011

Alinea 96 Rechtbank Amsterdam 31 mei 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 31 mei 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9049.

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar in zaak A onder 1 primair, 2 subsidiair, 3 primair, 4 subsidiair, 5 en 6 primair bewezen geachte feiten, beide in zaak B bewezen geachte feiten en de in zaak C en zaak D bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toegewezen zal worden, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en dat de vorderingen van de benadeelde partijen [X] Automobielbedrijf B.V. en [slachtoffer 6] wegens het ontbreken van een onderbouwing niet zullen worden toegewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/867db31f430a355f211d41ab4bb6152e9e54e14ad5b50552e302ca867cd06ca2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 867db31f430a355f211d41ab4bb6152e9e54e14ad5b50552e302ca867cd06ca2, en de alinea staat in dat document op bytes 42854 tot 43600.