Citaat | Rechtbank Amsterdam 27 juli 2011
Alinea 81 Rechtbank Amsterdam 27 juli 2011
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 27 juli 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BR5020.
4.1. Voorop wordt gesteld dat de Hoge Raad reeds in 1984 heeft beslist dat de grondslag van het aan een beperkte groep van vertrouwenspersonen, onder wie advocaten en notarissen, toekomende verschoningsrecht moet worden gezocht in een in Nederland geldend algemeen rechtsbeginsel dat meebrengt dat bij zodanige vertrouwenspersonen het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, moet wijken voor het maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het besprokene om bijstand en advies tot hen moet kunnen wenden (zie HR 22 juni 1984, LJN: AG4835). Dit uitgangspunt is in latere arresten steeds bevestigd. Uitzonderingen op het verschoningsrecht worden zelden aangenomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba3c8a0f3de5915747e0b215455ec1a1c3a599369b621dc3af6cad54216ba1dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba3c8a0f3de5915747e0b215455ec1a1c3a599369b621dc3af6cad54216ba1dd, en de alinea staat in dat document op bytes 17557 tot 18310.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba3c8a0f3de5915747e0b215455ec1a1c3a599369b621dc3af6cad54216ba1dd | shasum -a 256