Citaat | Rechtbank Amsterdam 27 juli 2011

Alinea 82 Rechtbank Amsterdam 27 juli 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 27 juli 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BR5020.

4.2. De gedachte – die in de stellingen van de curatoren besloten lijkt te liggen – dat een curator als vertegenwoordiger van de failliete vennootschap met de vennootschap vereenzelvigd kan worden, zodat Banning c.s. geen beroep op haar verschoningsrecht kan doen omdat haar dat beroep niet toekomt jegens haar eigen cliënt, kan – in ieder geval naar Nederlands recht – niet als juist worden aanvaard. Het faillissement heeft immers (slechts) betrekking op het vermogen van de insolvente schuldenaar. De persoon van de schuldenaar wordt door het faillissement niet getroffen. De schuldenaar blijft bevoegd om rechtshandelingen te verrichten. Door het faillissement van de vennootschap verdwijnt de handelingsbevoegdheid of de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur van de vennootschap dus niet. Het faillissement bewerkstelligt alleen dat de vennootschap en haar organen geen handelingen meer kunnen verrichten die de boedel binden. Als gevolg van het faillissement verliest de schuldenaar (slechts) de beschikking en het beheer over zijn vermogen. De curator is een gerechtelijke bewindvoerder die de onder het faillissementsbeslag liggende goederen beheert en vereffent ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. In dat kader kan de curator – zoals de curatoren ook in het onderhavige geval hebben gedaan – namens de gezamenlijke schuldeisers derden (in dit geval Banning c.s. en [B]) aanspreken op grond van onrechtmatige daad. De curator is niet de wettelijke vertegenwoordiger van de failliete vennootschap. De bevoegdheden van de curator berusten niet op een vorm van overgang van de beschikkings- en beheersbevoegdheid van de schuldenaar op de curator, noch op een volmacht van de schuldenaar aan de curator tot het uitoefenen van deze bevoegdheden. Wat de situatie is naar Belgisch recht, wordt door de curatoren in het midden gelaten. Banning c.s. stelt dat de situatie naar Belgisch recht niet anders is. Nu de curatoren geen beroep doen op de mogelijk andere positie van curatoren naar Belgisch recht, zal de rechtbank er van uitgaan dat de situatie in België op dit punt gelijk is aan de Nederlandse situatie. Uitgangspunt voor de verdere beoordeling moet dan ook zijn dat de curatoren de stukken van Banning c.s. opvragen in hun hoedanigheid van curator in het kader van het beheer en vermogen van de failliete vennootschappen en niet in hun hoedanigheid van vertegenwoordiger van de (failliete) vennootschappen zelf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba3c8a0f3de5915747e0b215455ec1a1c3a599369b621dc3af6cad54216ba1dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba3c8a0f3de5915747e0b215455ec1a1c3a599369b621dc3af6cad54216ba1dd, en de alinea staat in dat document op bytes 18348 tot 20816.