Citaat | Rechtbank Amsterdam 27 juli 2011
Alinea 88 Rechtbank Amsterdam 27 juli 2011
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 27 juli 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BR5020.
4.8. Conclusie uit al het voorgaande is dan ook dat het beroep van Banning c.s. op het verschoningsrecht moet worden gehonoreerd en aan een veroordeling tot afgifte van en/of inzage in de stukken als door de curatoren gevorderd, in de weg staat. De omstandigheid dat in de artikelen 3:15j BW en 162 Rv geen uitzondering is opgenomen voor advocaten en andere verschoningsgerechtigden betekent niet, zoals de curatoren stellen, dat advocaten in het kader van een op die artikelen gebaseerde vordering tot afgifte geen beroep op hun verschoningsrecht toekomt. Het is niet aan de rechter te beslissen wat de grenzen zijn aan het verschoningsrecht. Het is vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dat de verschoningsgerechtigde zelf mag en moet beslissen of bepaalde informatie en/of stukken onder het verschoningsrecht vallen (HR 9 augustus 2002, LJN: AE6324, r.o. 4.2.2 en HR 29 juni 2005, LJN: AE5070, r.o. 5.3). Dit geldt naar het oordeel van de rechtbank ook voor declaraties en specificaties van declaraties.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba3c8a0f3de5915747e0b215455ec1a1c3a599369b621dc3af6cad54216ba1dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba3c8a0f3de5915747e0b215455ec1a1c3a599369b621dc3af6cad54216ba1dd, en de alinea staat in dat document op bytes 24194 tot 25214.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba3c8a0f3de5915747e0b215455ec1a1c3a599369b621dc3af6cad54216ba1dd | shasum -a 256