Citaat | Rechtbank Amsterdam 27 juli 2011

Alinea 97 Rechtbank Amsterdam 27 juli 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 27 juli 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BR5020.

6.3. Hier geldt het volgende. In beginsel wordt de bevoegdheid van de rechter in geschillen tussen inwoners van verschillende lidstaten bepaald aan de hand van de EEX-Verordening. Dit is slechts anders indien het gaat om vorderingen die rechtsreeks uit het faillissement voortvloeien en geheel binnen het kader van het faillissement passen, zogenoemde “faillissementsrechtelijke” vorderingen (HvJ EG 22 februari 1979, LJN: AC6502, Gourdain-Nadler). Deze criteria zijn naderhand neergelegd in artikel 25 lid 1 van de Insolventieverordening waarin is bepaald dat “beslissingen die rechtstreeks voortvloeien uit de insolventieprocedure en daar nauw op aansluiten” worden erkend in andere lidstaten. Het Hof van Justitie heeft overwogen dat de Europese wetgever heeft willen kiezen voor een ruime opvatting van het begrip “burgerlijke en handelszaken” in artikel 1 lid 1 van de EEX-Verordening en dat de werkingssfeer van de Insolventieverordening als gevolg hiervan niet ruim mag worden uitgelegd (HvJ EG/EU 10 september 2009, LJN: BJ8053).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba3c8a0f3de5915747e0b215455ec1a1c3a599369b621dc3af6cad54216ba1dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba3c8a0f3de5915747e0b215455ec1a1c3a599369b621dc3af6cad54216ba1dd, en de alinea staat in dat document op bytes 29448 tot 30510.