Citaat | Rechtbank Amsterdam 27 juli 2011

Alinea 98 Rechtbank Amsterdam 27 juli 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 27 juli 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BR5020.

6.4. De vorderingen van de curatoren op [B] zijn niet gegrond op de Belgische of Nederlandse Faillissementswet en, voor zover deze zijn gegrond op onrechtmatige daad (en op de algemene bepaling naar Belgisch recht over bestuurdersaansprakelijkheid), niet aan te merken als “faillissementsrechtelijke” vorderingen in de hiervoor bedoelde zin, zodat de bevoegdheid van de rechter moet worden beoordeeld aan de hand van de EEX-Verordening. Aangezien de rechtbank Amsterdam bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen van de curatoren op Banning c.s., is zij op grond van artikel 6 lid 1 van de EEX-Verordening ook bevoegd kennis te nemen van de vorderingen van de curatoren op [B]. Banning c.s. en [B] zijn immers gedaagden in dezelfde procedure en aangezien de curatoren onbetwist hebben gesteld dat aan hun vorderingen op Banning c.s. respectievelijk [B] hetzelfde feitencomplex ten grondslag ligt, bestaat tussen de vorderingen een zodanig nauwe band dat een goede rechtsbedeling vraagt om gelijktijdige behandeling en berechting, teneinde tegenstrijdige uitspraken te vermijden. Dat de Nederlandse rechter minder kennis heeft van Belgisch recht is voor het vaststellen van de bevoegdheid van de rechter niet relevant.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba3c8a0f3de5915747e0b215455ec1a1c3a599369b621dc3af6cad54216ba1dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba3c8a0f3de5915747e0b215455ec1a1c3a599369b621dc3af6cad54216ba1dd, en de alinea staat in dat document op bytes 30530 tot 31767.