Citaat | Rechtbank Amsterdam 27 juli 2011

Alinea 99 Rechtbank Amsterdam 27 juli 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 27 juli 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BR5020.

6.5. Indien veronderstellenderwijs ervan wordt uitgegaan, zoals de curatoren stellen (en [B] niet betwist), dat de vordering van de curatoren op [B] voor zover deze is gegrond op artikel 265 van het Wetboek van Vennootschappen van België ook geen “faillissementsrechtelijke” vordering is als hiervoor bedoeld, is de rechtbank ook bevoegd van deze vordering kennis te nemen. Indien dat niet het geval is – hetgeen in de hoofdzaak zal moeten worden beoordeeld – staat dat in ieder geval niet in de weg aan de bevoegdheid van de rechtbank voor zover de vorderingen op de overige grondslagen zijn gebaseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba3c8a0f3de5915747e0b215455ec1a1c3a599369b621dc3af6cad54216ba1dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba3c8a0f3de5915747e0b215455ec1a1c3a599369b621dc3af6cad54216ba1dd, en de alinea staat in dat document op bytes 31787 tot 32412.