Citaat | Rechtbank Amsterdam 3 november 2011
Alinea 36 Rechtbank Amsterdam 3 november 2011
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 3 november 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5281.
Dat de per e-mail ingezonden tekst kan worden geprint, maakt niet dat de e-mail zelf ook voldoet aan het schriftelijkheidsvereiste. De rechtbank komt mede tot dit oordeel, gelet op de bijzondere wettelijke regeling die in de artikelen 2:13 en verder van de Awb is opgenomen voor elektronische berichten. Indien die berichten wel zouden worden gezien als schriftelijk, zou aan die bijzondere wettelijke regeling de grond komen te ontvallen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ad2133f392456983d0eebffc4b19a4e15e60c3fa6184bbc87791277acc45fe8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ad2133f392456983d0eebffc4b19a4e15e60c3fa6184bbc87791277acc45fe8, en de alinea staat in dat document op bytes 11227 tot 11680.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7ad2133f392456983d0eebffc4b19a4e15e60c3fa6184bbc87791277acc45fe8 | shasum -a 256