Citaat | Rechtbank Amsterdam 3 november 2011

Alinea 40 Rechtbank Amsterdam 3 november 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 3 november 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5281.

3.6. Eiser stelt dat hij op 17 januari 2011 bij het bestuurssecretariaat van verweerder telefonisch heeft geïnformeerd of hij zijn bezwaarschrift per e-mail kon toesturen. Het antwoord daarop was bevestigend en hem is vervolgens de naam en het e-mailadres van de bestuurssecretaris (de heer [bestuurssecretaris]) verstrekt. Eiser heeft na de elektronische verzending van zijn bezwaarschrift naar het door verweerder opgegeven e-mailadres diezelfde dag een aan hem persoonlijk gerichte ontvangstbevestiging ontvangen van het bestuurssecretariaat van verweerder. Eiser heeft aangevoerd dat hij er dus op mocht vertrouwen dat zijn bezwaarschrift binnen de termijn was ingediend. De brief en e-mail van verweerder van 18 januari 2011 over de mogelijke niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar heeft hij pas op 19 januari 2011 ’s avonds gezien, aldus eiser. Vervolgens heeft hij zo spoedig mogelijk, namelijk op 20 januari 2011 ’s ochtends, het bezwaarschrift in persoon afgegeven bij de service desk van verweerder.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ad2133f392456983d0eebffc4b19a4e15e60c3fa6184bbc87791277acc45fe8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ad2133f392456983d0eebffc4b19a4e15e60c3fa6184bbc87791277acc45fe8, en de alinea staat in dat document op bytes 12239 tot 13273.