Citaat | Rechtbank Amsterdam 14 december 2011
Alinea 57 Rechtbank Amsterdam 14 december 2011
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 14 december 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BV1208.
4.2. RBS beroept zich vervolgens op verjaring van de vorderingen. Zij stelt daartoe dat de verjaringstermijn in september 1998, althans april 1999 is gaan lopen, zodat de verjaring op grond van artikel 3:310 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) uiterlijk eind april 2004 had moeten worden gestuit, hetgeen niet is gebeurd. Voor zover mocht worden vastgesteld dat de verjaringstermijn later is ingegaan, stelt RBS dat ISG de verjaring weliswaar in beginsel tijdig heeft gestuit door een procedure aanhangig te maken in de Verenigde Staten, maar vervolgens niet binnen zes maanden nadat het Supreme Court de zaak had verwezen naar een rechter in Europa, een nieuwe eis heeft ingesteld, zoals artikel 3:316 lid 2 BW vereist. Dit heeft volgens RBS tot gevolg dat het instellen van de procedure in de Verenigde Staten geen stuitende werking heeft gehad. Ook indien de door ISG in Nederland ingestelde eis wel als tijdig zou moeten worden aangemerkt, zou dit volgens RBS geen stuitende werking hebben gehad, nu die procedure op voorstel van ISG is geroyeerd en een daad van rechtsvervolging de verjaring niet stuit, indien deze wordt ingetrokken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/810d1a2cfd210fd1f8c942e71c957369dbeef6bb613a332a5aab7b850fc03f76. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 810d1a2cfd210fd1f8c942e71c957369dbeef6bb613a332a5aab7b850fc03f76, en de alinea staat in dat document op bytes 14706 tot 15861.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/810d1a2cfd210fd1f8c942e71c957369dbeef6bb613a332a5aab7b850fc03f76 | shasum -a 256