Citaat | Rechtbank Amsterdam 14 december 2011

Alinea 61 Rechtbank Amsterdam 14 december 2011

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 14 december 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BV1208.

8 augustus 2003 bevat echter geen schriftelijke mededeling waarin ISG zich ondubbelzinnig haar recht op nakoming voorbehoudt. In deze brief wordt enkel gewezen op een mogelijke aansprakelijkheid van RBS en de suggestie gedaan dat de verzekeraar van RBS op de hoogte wordt gesteld van een mogelijke claim. Zeker geplaatst in de context van de verdere inhoud van de brief, waaruit blijkt dat het doel van de brief is de advocaat van RBS uit te nodigen om in een overleg duidelijkheid te verschaffen over verschillende punten, kunnen deze mededelingen niet worden opgevat als een voldoende duidelijke waarschuwing aan RBS dat zij er ook na het verstrijken van de verjaringstermijn rekening mee moet houden dat zij de beschikking houdt over haar gegevens en bewijsmateriaal, zodat zij zich tegen een dan mogelijkerwijs door ISG ingestelde rechtsvordering behoorlijk kan verweren. Uit een recente uitspraak van de Hoge Raad (HR 28 oktober 2011, LJN: BQ7063) is af te leiden dat bij de beantwoording van de vraag of een brief als een rechtsgeldige stuitingshandeling moet worden beschouwd, de letterlijke tekst van de brief niet altijd de doorslag behoeft te geven, maar ook de omstandigheden van het geval een rol kunnen spelen. In het onderhavige geval zijn evenwel, en anders dan in het recent door de Hoge Raad beoordeelde geschil, geen althans onvoldoende omstandigheden gesteld of gebleken, op grond waarvan geoordeeld zou moeten worden dat RBS - ondanks het feit dat de brief geen mededelingen bevat waarin ondubbelzinnig het recht op nakoming is voorbehouden - uit de mededelingen in de brief heeft moeten begrijpen dat ISG daadwerkelijk aanspraak wilde maken op schadevergoeding. De ter comparitie gemaakte opmerking aan de zijde van ISG dat voor en na 8 augustus 2003 meer correspondentie heeft plaatsgevonden tussen partijen, is daarvoor in ieder geval niet voldoende, reeds al niet omdat niet is gesteld welke mededelingen daarin zijn gedaan, laat staan hoe de daarin gedane mededelingen meebrengen dat de brief van 8 augustus 2003 moet worden opgevat als een stuitingshandeling. De verjaring is dan ook niet gestuit met de brief van 8 augustus 2003.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/810d1a2cfd210fd1f8c942e71c957369dbeef6bb613a332a5aab7b850fc03f76. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 810d1a2cfd210fd1f8c942e71c957369dbeef6bb613a332a5aab7b850fc03f76, en de alinea staat in dat document op bytes 17720 tot 19890.