Citaat | Rechtbank Amsterdam 14 december 2011
Alinea 63 Rechtbank Amsterdam 14 december 2011
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 14 december 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BV1208.
13 augustus 2007 en dus niet binnen zes maanden na het vonnis van het Supreme Court aanhangig heeft gemaakt. ISG brengt hiertegen in dat artikel 3:316 lid 2 BW in dit geval toepassing mist, omdat RBS in de procedure bij het Supreme Court in algemene zin afstand heeft gedaan van ieder beroep op verjaring, waardoor een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar is gaan lopen. ISG kan hierin niet worden gevolgd. In de procedure bij het Supreme Court heeft RBS zich op de onbevoegdheid van de rechter beroepen. Na aanvankelijk hiertegen verweer te hebben gevoerd, heeft ISG op enig moment aangegeven te kunnen instemmen met een verwijzing naar een rechter in Europa indien daaraan voorwaarden worden verbonden die het mogelijk maken dat de vordering in Europa wordt behandeld. Het Supreme Court heeft vervolgens beslist dat de vorderingen van ISG worden afgewezen onder de voorwaarde dat RBS in een nieuwe procedure in Europa geen beroep zal doen op verjaring vanwege de tijd die is verstreken sinds de start van de procedure in New York. Hieruit valt niet af te leiden dat RBS afstand heeft gedaan van ieder beroep op verjaring. Volgens ISG behelsde de afspraak die in het kader van de verwijzing naar een rechter in Europa is gemaakt meer dan in de uitspraak van het Supreme Court is weergegeven. Zij stelt het zo te hebben begrepen dat RBS afzag van ieder beroep op verjaring. Nu zij evenwel nalaat feiten of omstandigheden te stellen op grond waarvan zij hiervan zou mogen uitgaan, zal aan deze stelling voorbij worden gegaan. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat ook uit de brief van de Amerikaanse advocaat van ISG van 3 oktober 2011, waarin deze aangeeft hoe de uitspraak van het Supreme Court volgens hem moet worden uitgelegd, niet kan worden afgeleid dat ten overstaan van de Amerikaanse rechter, zoals ISG ter comparitie heeft betoogd, andere afspraken zijn gemaakt dan weergegeven in het vonnis. De rechtbank zal derhalve uitgaan van hetgeen in de uitspraak van het Supreme Court is opgenomen. De door het Supreme Court gestelde voorwaarde staat niet in de weg aan het beroep van RBS op verjaring wegens het niet binnen de termijn van artikel 3:316 lid 2 BW instellen van een nieuwe eis, nu dit geheel los staat van de tijd die is verstreken sinds de procedure in New York. Het niet binnen de termijn van artikel 3:316 lid 2 BW instellen van een nieuwe eis heeft tot gevolg dat het instellen van de eis bij het Supreme Court geen stuitende werking heeft gehad, die zij wel zou hebben gehad indien aan de eis van artikel 3:316 lid 2 BW zou zijn voldaan. Niet is gesteld of gebleken dat ISG door niet aan haar toe te rekenen omstandigheden niet in staat was binnen de in artikel 3:316 lid 2 BW gestelde termijn in Nederland haar eis in te stellen. De vordering van ISG was derhalve al verjaard op het moment dat ISG voor de eerste keer een eis instelde in Nederland.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/810d1a2cfd210fd1f8c942e71c957369dbeef6bb613a332a5aab7b850fc03f76. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 810d1a2cfd210fd1f8c942e71c957369dbeef6bb613a332a5aab7b850fc03f76, en de alinea staat in dat document op bytes 20669 tot 23562.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/810d1a2cfd210fd1f8c942e71c957369dbeef6bb613a332a5aab7b850fc03f76 | shasum -a 256